De Lentestop, deel XXXV: Deadline day

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn weer geopend en ook Akkermolen is weer enigszins tot leven gekomen. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 35: Deadline day.

Dinsdag was het deadline day in amateurvoetballand. Het was de allerlaatste dag dat amateurvoetballers overschrijving naar een andere vereniging konden aanvragen. BN De Stem volgde de verrichtingen op de voet en bracht alle mutaties in kaart in een waar transferoverzicht. Van Derde Divisie tot vijfde klasse. Van vv Dongen tot White Boys. Oh nee, geen White Boys meer.

Amateurvoetbalfetisjist
Voor mij als amateurvoetbalfetisjist is de transferperiode een interessante periode, met het transferoverzicht als welkom hulpmiddel. Want welke grote naam verwelkomt Halsteren dit keer? Wie vormen komend seizoen het vreemdelingenlegioen van RBC? Wat is de volgende bestemming van de Bredase clubhoppers? En welke club strikt de meeste nieuwelingen van buitenaf? Stuk voor stuk vragen die worden beantwoord in het transferoverzicht.

Wie de tijd neemt om eens door dat transferoverzicht te scrollen, ziet dat transfers niet alleen besteed zijn aan profvoetballers. En dat clubliefde in de huidige tijd een zeldzaam goed is. Een van de voornaamste oorzaken voor het transfergeweld is ontegenzeggelijk geld. Betalende clubs zijn er tegenwoordig op elk niveau, zelfs in de vijfde klasse (vraag het wijlen White Boys). Amateurvoetballers worden verleid met wedstrijd- en winstpremies, vaak onder de noemer ‘onkostenvergoeding’. Betaald voetbal en amateurvoetbal ineen dus.

OJC Rosmalen
Eerder deze week las ik op het Brabants Dagblad een interview met de trainer van OJC Rosmalen, competitiegenoot van Moerse Boys. “Van de jongens die we benaderd hebben, koos het merendeel daadwerkelijk voor OJC. Dan doe je iets goed natuurlijk”, klonk het. Je zou zeggen dat de vijver waarin OJC kan vissen met 2.200 leden groot genoeg is. Niet dus. De oogst deze transferperiode? Dertien nieuwelingen, veertien vertrekkers.

Het is een andere manier van amateurvoetbal beleven dan wij in Zundert gewend zijn. Nauwelijks ruimte voor clubliefde, geen clubvoetballers maar broodvoetballers. Op Akkermolen zijn we haast allergisch voor deze wijze van amateurvoetbal ‘bedrijven’. Het werkt voor onze spelers en supporters als een rode lap op een stier. ‘Eer boven euro’s, passie boven poen’, blijft dan ook een prachtig adagium, kenmerkend voor onze club. En gelukkig nog voor vele andere verenigingen.

Verdenking
Dat Moerse Boys vanwege zijn prestaties ook ‘verdacht’ wordt van het betalen van spelers, moeten we maar als compliment beschouwen. Neem mijn collega uit Etten-Leur, een voetballiefhebber pur sang. Regelmatig bezoekt hij wedstrijden van ons vlaggenschip. Hij vindt het mooi, die hardwerkende spelers, die honderden supporters. Hij geniet van Cas van den Broek, Mitchel van Overveld was zijn favoriet. “Maar Michiel, je gaat mij niet vertellen dat die jongens niet betaald krijgen.” Ik heb het hem wél verteld, tientallen keren zelfs. Zonder succes. “Een envelopje na de wedstrijd, 100%.” Inmiddels heb ik de hoop opgegeven.

Ook enkele Moerse Boys-spelers kregen de laatste jaren aanbiedingen van andere clubs. Ook zij kregen een aanlokkelijk envelopje voorgehouden als vette vis. En om daar nee tegen te zeggen is vast niet altijd makkelijk. Want wie wil nu niet geld verdienen met zijn hobby? Maar steeds bleven de spelers onze club trouw. Niet vanwege de centen – ook onze eerste elftalspelers krijgen niet betaald, betalen gewoon contributie én kopen hun eigen voetbalschoenen – maar vanwege de binding met de club. Clubliefde heet zoiets geloof ik.

Patronen
Terug naar het transferoverzicht. Wie het overzicht jaarlijks doorneemt, herkent bepaalde patronen. Bij veel dorpsclubs zijn de ‘nieuwe jongens’ met name jongens uit eigen jeugd. Bij RBC en Halsteren is het een komen en gaan van spelers. En een vaste groep voetballers hopt van de ene naar de andere Bredase vereniging. De interviews met deze laatste groep op Voetbalinbreda.nl kunnen haast jaarlijks middels ‘copy paste’ worden geplaatst. De insteek? Speler A heeft met club X eindelijk een club waar hij zich thuis voelt. En club X wil met flitsend voetbal kampioen worden. Dat wil speler A ook. Daarom passen ze zo goed bij elkaar. Hoe het meestal afloopt? Speler A vertrekt (met of zonder bonje) tijdens of na het seizoen weer. Het riedeltje herhaalt zich jaarlijks.

Afijn, de transferperiode zit erop. Het vizier kan op seizoen 2020-2021, dat hopelijk wordt afgewerkt in het ‘oude normaal’. O ja, Halsteren stelde niet teleur en contracteerde in blessuretijd van de transferperiode toch nog die ene grote naam. Bruno Andrade, ex-Willem II, speelt volgend seizoen bij de club. Tot op Akkermolen, Bruno!