De Lentestop, deel XXXIV: All colors matter

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn weer geopend en ook Akkermolen is weer enigszins tot leven gekomen. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 34: All colors matter!

Ik weet het nog goed. Als klein jochie. Het krijgen van mijn eerste paar voetbalschoenen. Zwarte voetbalschoenen welteverstaan.

Nog in de winkel, met het schap voor me, stond ik bij ieder paar al weg te dromen van de eeuwige roem die mij toe zou komen. Bij het passen van de uiteindelijke keuze, leek het zwarte leder zich als het glazen muiltje om mijn voeten heen te wikkelen en was het alsof ik, na jaren van smachten, nu eindelijk mijn grote liefde had gevonden. Thuisgekomen, met de heilige graal in mijn handen, schoten bij het openen van de doos de gouden lichtflitsen om me heen en stond ik oog in oog met het voor mij ultieme wonder der mensheid. Volwassenheid was daar en ik voelde me opgenomen in die blije, grote groep gelijkgestemden.

De jaren vlogen voorbij en we hadden het goed. Het zonnetje scheen, de bal ging rond en zelfs bij derby’s leek het er vriendschappelijk aan toe te gaan. Oké, wij zwartdragers pakten weleens een terecht rood kaartje en natuurlijk viel er weleens een klein vloekje, maar verder lieten wij ideaal, ja zeg maar gerust, perfect gedrag zien. We gingen er vanuit dat het altijd zo zou blijven. Sterker nog, zo zou het toch ook altijd blijven? Toch?

Maar toen gebeurde hetgeen wat niemand van ons ooit had zien aankomen! Het werd de dag van wie iedereen nu nog weet waar hij op dat moment was. De introductie van de gekleurde voetbalschoen!

In eerste instantie leek het nog een grap. Dit kon toch niet echt de bedoeling zijn? Maar jawel hoor, daar verschenen de eerste buitenbeentjes. In het begin was er alleen nog het roddelen en het nastaren, maar zoetjes aan hoorde je de eerste honende geluiden vanaf de zijlijn al voorbij komen. Het was een vreemde situatie maar echt serieus konden we het toen nog niet nemen. We waren immers met zovelen en het was voor ons zwartkijkers overduidelijk. Een voetbalschoen hoort zwart te zijn!

De aantallen begonnen echter in rap tempo toe te nemen. Wat overkwam ons? Hoe durfden deze zwarte schapen ons voetballand binnen te dringen? Het gelach sloeg om in aversie, de felheid nam toe en terugkijkende moet ik toegeven dat er toen, ook bij mij, weleens negatieve gedachten door mijn hoofd spookten. Maar mensen met gekleurde patta’s waren toch ook allemaal arrogant. Hoe konden andere mensen dit niet zien? Al die kleurlingen vierden hun doelpunt op een overdreven manier en we zagen de ene na de andere schwalbe voorbij komen. Gewoonweg verschrikkelijk! Het was ook niet voor niets dat je vaak langs de kant hoorde “zie je wel, weer zo’n eentje met een kleur” of “echt typisch zo’n tintdrager”. Ze waren ronduit verkeerd en onze eigen toekomst zag er bepaald niet rooskleurig uit.

Inmiddels was het bij wedstrijden de standaard geworden. Het uitdagende gedrag van de gekleurde schoendragers en de logisch daaropvolgende salvo’s aan scheldwoorden vanuit het publiek. De jaren die volgden verliepen steeds stroever en waar eerst vooral weerzin en walging de boventoon voerden, maakte deze gevoelens langzaamaan plaats voor angst. Overal waar je om je heen keek, zag je ze namelijk verschijnen. We voelden de bedreiging en het werd zwart voor onze ogen.

Een nieuw dieptepunt leek te volgen toen het kleurige schoeisel ook bij mijn eigen club zijn intrede deed. Mijn voorspelling was dat door deze wending ook hier de mensen in een eeuwigdurende strijd tegenover elkaar zouden komen te staan. Echter het vreemde was dat toen de eigen spelers met geverfde schoenen doelpunten begonnen te maken, iedereen langs de kant stond te juichen. Nu werden de kleurvolle spelers wel toegezongen en als ze een overtreding maakten kregen niet zij maar de scheids dat na het fluitsignaal te horen. Wat gebeurde er hier precies? Onze eigen kleurdragers werden blijkbaar wel geaccepteerd. Wat was dan het verschil met de andere kleurlingen? Ik besloot om me hierin te verdiepen.

In de daaropvolgende periode heb ik vaak gesproken met, of eigenlijk vooral intens geluisterd naar gele, blauwe, roze, groene en ja zelfs witte voetbalschoen-dragers. Ze namen me mee in hoe zij de wereld zien en ervaren. Ik probeerde me daarbij voor te stellen hoe het zou zijn om in deze wereld op regelmatige basis verguist te worden. Hoe zou je daar zelf op reageren? Nou zal ik nooit weten hoe het is om gekleurde voetbalschoenen te dragen, maar mijn begrip voor deze mensen werd wel steeds groter. Nu zag ik pas echt in dat een gekleurde voetbalschoen qua uiterlijk misschien dan wel anders oogt, maar dat ze voor het grootste gedeelte precies hetzelfde zijn als een zwarte, namelijk van leer of kunststof. Ik moest kleur bekennen. Ik begreep nu dat iemands kleur niets zegt over hoe die persoon is en dat de wereld vooral is hoe jij er zelf naar kijkt. Met dezelfde ogen zag ik nu een andere, al mooiere wereld, die bovendien ook nog eens een stuk kleurrijker was. Voor sommige zaken geldt helaas dat we niets meer aan het verleden kunnen veranderen, maar zijn we wel volledig zelf aan zet hoe gezamenlijk onze toekomst zo mooi mogelijk in te kleuren. We kunnen, en ik denk moeten, daarin samen nog grote stappen zetten. Maar dit alles is natuurlijk slechts hoe ik het door mijn eigen ogen zie.