De Lentestop, deel XXXI: Najaarscompetitie

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn weer geopend en ook Akkermolen is weer enigszins tot leven gekomen. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 31: Najaarscompetitie.

Iedereen die al vanaf kinds af aan voetbalt zal dit herkennen. Het najaar, de periode dat jongens mannen worden. Waar een potje voetballen een overlevingsstrijd wordt. En kontje knal een marteling.

Het begint nog zo mooi. Als jong jochie was ik maar wat blij als het voetbalseizoen weer begon. Met een beetje geluk paste de schoenen van afgelopen seizoen niet meer en kreeg je nieuwe. Op die nieuwe kicksen, in een nieuw team, ging je het wel even laten zien.
De eerste wedstrijden in een heerlijke nazomer, met zijlijnen die, dan nog wel, gevuld zijn met ouders, opa’s, oma’s, broertjes en/of zusjes. En na die wedstrijd naar huis, even een boterhammetje, en weer naar buiten om verder te voetballen.

Maar dan, naarmate de tijd vordert, wordt het weer slechter. Het begint met een grijze, gure ochtend, waarbij de temperatuur te wensen overlaat. Korte, opgestroopte mouwen worden ingeruild voor lange mouwen, en bij sommigen een thermoshirtje eronder.

Het voetballen op zich is allemaal gewoon net als anders, fijn dat we weer mogen. Maar wie herinnert zich niet het moment dat de plaatselijke stormram een bal in totale paniek vol op de pantoffel neemt, en het leer bij -4 kiezelhard op je dijbeen plaatst. Of de blik in de ogen van een ouder, wanneer de wastas open gaat en er bij elk broekje een kuub zand meegeleverd is. Of het moment dat je op de bank zit te vergaan van de kou, en vervolgens zo stijf als een hark aan de warming up begint.

De najaarscompetitie ja, mooie tijd. Op bovengenoemde momenten baal je wel eens. Maar de teleurstelling was vele malen groter wanneer s’ochtends om half 9 de telefoon ging. Afgelast… Als ik ergens van kan balen was het dat een bui, of een vrieskou, het moment verpest waar je heel de week naar uit kijkt.

Maar ach, ergens half december nog een paar keer op woensdagavond in een uithoek een inhaalwedstrijd spelen, vond ik dan ook weer wel wat hebben.
Zolang er maar gevoetbald wordt…Ik kan niet wachten!