De lentestop, deel XXVIII: De houten tafel

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn weer geopend en ook Akkermolen is weer enigszins tot leven gekomen. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 28: De houten tafel.

Het is wellicht na mijn ouderlijk huis de plek waar ik het meest van mijn leven heb doorgebracht. Met het aantal uur kan je een kalenderjaar vullen. En in die voorbijgaande kalenderjaren leer je het kennen al is het je ouderlijk huis. En juist daarom valt de quarantaine zo zwaar voor velen van ons. Het gemis van een plek waar je van kindsbeen af kind aan huis was doet mij al 5 jaar voelen. Na mijn trek naar boven de Moerdijk mijmer ik weg bij gedachten aan dit alles. Gevoelens die ik nu eindelijk kan delen met iedereen voor wie het nu ook een onbereikbaar gebied is. Na het binnen schrijden is het tijd voor het doorslenteren.

Deel 3: de houten tafel

De oranje deuren in de even oranje muur bieden verdekt toegang tot een schemerzone waar geen spelers en toeschouwers zijn. Tussen kantine en kleedkamers is dit het domein om ordelijk aan een tafel te zitten en elkaar niet spitsvondig in de rede te vallen. Hier worden flesjes sportdrank niet richting prullenbak gesmeten (nooit raak) of onvoorzichtig bier verdeeld. Nee, hier wordt koffie ingeschonken, een suikerpakje tussen duim en wijsvinger gekalibreerd en vervolgens mikado-zorgvuldig een roerstaafje geselecteerd.

De bestuurskamer is een ruimte waar je toch echt over enige senioriteit moet beschikken om daarbinnen te mogen komen. Als je er op zaterdagochtend langs huppelde met een kluwen leeftijdgenootjes waren daar altijd die oude mensen iets onbegrijpelijks aan het doen. Een bonte stoet aan coachjassen schudden elkaar de handen, namen plaats op een stoel en ging dingen neerpennen aan die lange houten tafel. Niet veel later spuwde de ruimte een scheidsrechter uit met vlaggen, een fluit en de wedstrijdbal uit en het spel kon beginnen.

Als speler heb je weinig te zoeken in de bestuurskamer. Mede doordat de bestuurskamer een met discotheken vergelijkbaar deurbeleid erop nahoudt (met die schoenen kom je er niet in), maar ook omdat de bestuurskamer voornamelijk een ruimte is voor mensen die te oud, te slecht of te invalide zijn om nog tegen een bal aan te trappen.

Bij de bestuurskamer denk ik ook altijd aan dieren. En wel aan een goudvis en Ed en Willem Bever. Die goudvis is mijn eerste levendige herinnering aan een bezoek aan de bestuurskamer. Vroeger werden besprekingen gewoon in de kleedkamer gehouden, maar plots in de A-jeugd werd voetbal serieus genomen en moest er over gepraat worden. In de bestuurskamer nog wel. Het onderwerp weet ik niet meer, wat ik wel weet is dat ik afdwaalde en mijn concentratie verlegde naar de vissenkom met een (uiteraard) oranje goudvis die midden op de houten tafel stond. Het meest fascinerende was dat de vis een stukje afgebroken waterplant tot zich nam om het vervolgens uit te spugen, weer een rondje zwom, hetzelfde stukje plant weer signaleerde, er iets lekkers in zag, weer op at en weer uitspuugde. En dat herhaalde zich de hele bespreking lang. Sindsdien heb ik weinig op met goudvissen.

Maar ook ik werd ouder (of slechter, of te incapabel, wat u wilt). Ik werd onderdeel van de bonte stoet coachjassen die handen schudde, plaats nam, koortsig uit een mapje met spelerspassen codes overschreef en mijn gal spuwde over dat de jeugd van tegenwoordig zich niet meer tijdig afmeldde. Terwijl ik koffie kreeg van de wedstrijdsecretaris peilde ik wederzijds de temperatuur van De Moer. De persoon die alles hoorde, vertelde over smerig achter gelaten kleedkamer door een club van wie je het verwacht, zoekgeraakte wedstrijdshirts van een eigen jeugdteam, Ed en Willem Bever, dat andere jeugdteam dat een goeie kans maakt mits dit en dat, X en Y die het toch gingen redden om een dag later met het vlaggenschip mee te doen. Weer gerustgesteld dat het allemaal wel meeviel, kon je op weg naar buiten. Op zoek naar ballen, shirts en de kleedkamer…