De Lentestop, deel XXV: Futurisme 2050

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn nog gesloten, maar Sportpark Akkermolen komt stilletjes aan weer tot leven. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 25: Futurisme 2050!

Voorspellen is altijd moeilijk. Toch is in januari 1977 voorspeld hoe het met Moerse Boys gesteld zou zijn in mei 2020. Op een paar kleinigheden na is het helemaal uitgekomen. Lees het maar na in de officiële Moerse Boys Periodiek van januari 1977 2e jaargang no 3 op pagina 29 en 30. Ja, ik weet dat daar 2000 staat maar dat was een typefout, het moest 2020 zijn. En ik kan dat weten.

Hoogste tijd nu om, mei 2020, een nieuwe voorspelling te doen voor het jaar 2050. Hoe is het met Moerse Boys in mei 2050?

Vanuit alle windstreken van het land waren de diverse clubvertegenwoordigers komen opdagen om Moerse Boys met hun pas behaalde kampioenschap te komen feliciteren. Het seizoen was lang en spannend geweest maar de oranjehemden hadden tenslotte verdiend het kampioenschap in de hoofdklasse van de zuidelijke liga binnen weten te halen. De zuidelijke liga van de BGTH, de Boreale Gemeenschap van Techniek en Handel. Na de ineenstorting van de EU in 2025 is Europa opgedeeld in de noordelijke BGTH landen (Germaanse talen zeg maar) en het zuidelijke Knoflookië (Romaanse talen zo ongeveer).

De deuren van de kantine, sinds januari 2030 een exacte kopie van het clubgebouw van het Delftse DHC (dankzij Jos van Laerhoven die de oude DHC bestektekeningen op 25-11-2018 daar had weten te bemachtigen), stonden op deze fraaie zomerdag van 27 mei in het jaar 2050 wagenwijd open.

Bij hun binnenkomst zagen de gasten een lange rij recipierenden.

Voorop voorzitster Damen van Moerse Boys, opgeleid door haar vader maar beduidend  slagvaardiger en zeer geliefd bij vriend en vijand; daarnaast de eminence grise van Moerse Boys, secretaris Goossens met een nu nog indrukwekkender embonpoint dan in de jaren dertig. Penningmeester Vermeiren had voor deze gelegenheid zijn eerste grijs uit de kast gehaald, wat met de stemmige kledij van het bestuurslid naast hem, jeugdvoorzitster Anna van den Bogaert, een fleurig contrast vormde.

Vervolgens stonden nog 3 bestuursleden in het gelid, gevolgd door de trainer van het eerste elftal, de heer S. Berghuis, voorheen bekend voetballer in Rotterdam. Naast hem, en daar ging het in feite toch om, de matadoren van Moerse Boys, het kampioenselftal van het seizoen 2049/2050.

Als eerste de aanvoerder, keeper Kes van Overveld, de Yashin van Moerse Boys en nog steeds onpasseerbaar. Rechtsachter Lowietje Zagers, die met zijn oprukkende rushes aan vervlogen tijden van zijn overgrootvader, Louis van Boeren, deed herinneren. Linksachter Leff de Beer, met een beter linkerbeen dan pa Marvin. Laatste man, Levi Goosssens, nog technischer en leper dan vader Joris. Voorstopper Tuur Daems, ja wat moet je daar nog aan toevoegen: sneller, harder, beter heb je ze niet, maar dat kan ook niet anders dan met de genen van Leroy in je ransel.

Midhalf, technicus en spelmaker op het middenveld, Boet van Laerhoven, na een kort Belgisch profavontuur  terug op het oude nest. Naast hem stond het laatste actieve lid van de Jochems familie uit de Moeren, de getructe rechtshalf Simon. Zijn niet-voetballende broers blinken uit in de rustgevende kruisboogsport en aan de toog. Linkshalf de razendsnelle, onvermoeibare maar soms wat nonchalante Cas Junior, zoon van Cas van Ronne.

Als laatste 3 in de rij van feestvierders stonden opgesteld: Dani de Beer, de man met de fluwelen techniek en sublieme voorzetten maar helaas vaak geblesseerd; vervolgens de levensgevaarlijke spits en topspeler van Moerse Boys Riff Schrauwen, ook dit seizoen weer goed voor 33 goals en als laatste Johan-Cruijff Goossens, jongste voetbaltelg uit de befaamde Goossens dynastie die met overovergrootvader Coob  (vlot scorende spits in de jaren veertig van de vorige eeuw) aan de wieg stond van onze zo roemrijke voetbalclub.

Met dit elftal zo sprak menige gast op de receptie, was Moerse Boys terecht kampioen geworden. Wel werden er enige opmerkingen gehoord over de mix van het eerste elftal van Moerse Boys: geen vrouw in de gelederen van het eerste team te bekennen. De genderemancipatie was in Klein-Zundert duidelijk achtergebleven bij de landelijke trend. Bekend is bijvoorbeeld dat bij een voetbalclub in Den Haag het volledige eerste standaard elftal uit vrouwen bestaat. Navraag leerde dat dat komt omdat de mannen bij die club, BMT, echte watjes zijn.

Toch is deze genderproblematiek een punt dat de Moerse Boys chroniqueur onder de aandacht zal moeten brengen bij zijn/haar/het voorspelling in 2050, in de volgende publicatie over de toekomst van Moerse Boys: “FUTURISME 2100”.