De Lentestop, deel XXII: Awaydays

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn nog gesloten, maar Sportpark Akkermolen komt stilletjes aan weer tot leven. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 22: Awaydays.

De mooiste wedstrijden zijn uitwedstrijden. Als supporter dan toch. Als speler had ik er meestal een hekel aan, als leider is het ook niet meer wat het geweest is. Kon je vroeger nog wat ouwehoeren in de bestuurskamer met wat clubmensen, tegenwoordig is door het digitaal wedstrijdformulier het contact voor en na de wedstrijd tot een minimum beperkt.

Maar goed, als supporter is het een ander verhaal. Als supporter gaat er niets boven een heerlijke awayday. Het scheelt natuurlijk wel als er iets op het spel staat en gevierd kan worden, zoals in Amersfoort een jaartje geleden, maar ook zonder finaleplaats of kampioenschap is een uitwedstrijd vele malen mooier dan een gewone thuiswedstrijd.

Na het mooie geel-zwarte betoog van Peter van afgelopen zondag begon mijn Bredase bloed ook weer wat harder te stromen. Mijn eerste wedstrijd van NAC was als 12 jarig ventje aan de Beatrixstraat, een jaar later kwam mijn eerste seizoenskaart en inmiddels staat de teller op 26 seizoenskaarten en vele legendarische uitwedstrijden. De eerste was zelfs nog via Moerse Boys, toen wij als 14 jarige mannekes naar Stilburg mochten voor de Brabantse Derby. Vele mooie en vooral hilarische herinneringen zouden volgen.

Die ene keer dat we op carnavalszondag verkleed naar Heerenveen gingen met de trein. Terwijl de kater van de dag ervoor zélf een kater had gingen we door waar we een paar uur eerder gebleven waren en was het al met al een wonder dat we het stadion bereikten. Daar aangekomen bleek dat de rest van het uitvak nóg zatter was dan wij. De uitslag weet niemand meer, de herinnering blijft voor altijd (al was het maar door het feit dat omdat Kevin Aernouts te lang bleef zitten op het toilet van Station Zwolle mijn beste vriend nu getrouwd is en drie kinderen heeft… écht waar!)

Excelsior-uit in de Kuip omdat NAC kampioen kon worden. Sparta-uit die vlak voor aanvang afgelast werd waardoor wij in Scheveningen belandden en de ene helft van de groep Crazy Piano’s onveilig maakte terwijl de andere helft alle drank van die dag achterover aan het werken was in het busje. Vitesse-uit waar we plots oog in oog stonden met wat Vitesse supporters die iets minder blij waren met de schitterende 0-1 van Mike Zonneveld in de 89e minuut dan wij. Terwijl het ouderwets boksen leek te gaan worden zagen we net op tijd dat we de laatst overgebleven NAC auto waren en de rest van het Rijnfront Arnhem ons ook in het vizier kreeg. Deuren dicht en wegwezen! Lauwe halve liters naar Haarlem, stenengooiers bij Meppel. Europees gaan in Roosendaal, vier en een half uur in de auto op dinsdagavond om NAC in de 2e ronde van de KNVB beker in de verlenging te zien winnen van Jong De Graafschap

De lijst heerlijke Awaydays is lang. Maar er kan er maar één de mooiste zijn. Drie keer ging een uitwedstrijd over de landsgrezen. De mooiste herinneringen maakten we als NAC supporters in Europa. Samen met Bart Vriends en nog zo’n 2000 gekken naar Villareal, of eerder al toen we met 4500 man naar Newcastle mochten. Onvergetelijk. Maar de mooiste blijft toch de eerste. Het podium een stuk kleiner dan de UEFA-cup in Engeland en Spanje, maar daar gaat het ook helemaal niet om.

27 juni 2002. Troyes – NAC, eerste ronde Intertoto (een vaag Europees toernooi hartje zomer voor niet al te beste teams waarvan de uiteindelijk winnaar in zou stromen in de UEFA-cup. )
Het was een tijd zonder social media, zonder smartphones. Met je GSM kon je bellen, sms’en en Snaken. Internet was een stuk minder uitgebreid. NAC-sites als B-side Rats of De Rat bestonden wel maar hadden een veel kleiner bereik. Foto’s maakte je met wegwerpcamera’s. Maar NAC speelde voor het eerst in 30 jaar Europees voetbal en wij moesten er bij zijn. De wedstrijd werd gespeeld in Auxerre omdat het stadion in Troyes verbouwd werd en die autorit van zes uur hadden we er graag voor over. Kaartjes kochten we daar wel, een slaapplek zouden we vast wel vinden. Awayday op de bonnefooi. Hoeveel NAC supporters er zouden gaan was op voorhand niet bekend, maar het zouden er zomaar eens “een paar honderd” kunnen zijn. Er was niets georganiseerd, niemand in de voetbalwereld nam de Intertotocup serieus en terwijl heel Nederland geniet van de zon vertrekken bijna 1200 NAC’ers naar Frankrijk…

Daar ontstaat de mooiste awayday ooit. Totale anarchie. Niemand in Auxerre lijkt zich bewust van het feit dat er gevoetbald gaat worden die dag, laat staan dat er een klein leger aan Bredanaars de binnenstad komt bezetten. De gendarmerie in geen velden of wegen te bekennen en als een zwerm dorstige sprinkhanen gaat de steeds groter wordende groep van café naar café. Daar wordt letterlijk de tap leeggedronken om vervolgens en masse naar het volgende café te trekken. Een groot spandoek wordt aan het stadhuis geknoopt; “Ou est le coffeeshop?!”, de meestgestelde vraag in het Frans in Breda.

Het is daar, in een snikheet Auxerre, dat er wordt uitgevonden dat een zebrapad een ideale plaats is om een hele wijk plat te leggen. Om en om steken NAC supporters het zebrapad over, een totale verkeerschaos veroorzakend om vervolgens bier uit te delen aan de automobilisten die er de lol nog wel van inzien. Gezegd moet worden dat de Guardia Civil in Villareal dit trucje snel in de smiezen had en nog sneller in de kiem smoorde, maar dat terzijde…

Het gevoel dat we daar in Auxerre hadden is het mooiste dat je als supporter mee kunt maken. Mooier dan een doelpunt in de laatste minuut tegen je aartsivaal, misschien nog wel mooier dan een kampioenschap of promotie. Dat moment, 34 graden vol in de zon met 17 bier achter je kiezen en nog ruim drie uur te gaan voor de wedstrijd begint. Met ruim 1000 andere NAC supporters. Het clublied zingen alsof je leven er van af hangt. In een vreemde stad, in een vreemd land. Op dat moment bén je NAC. Op dat moment ben JIJ de club. Samen met al die andere gekken (waaronder uiteraard Peter Vriends) waarvan je 95 % niet kent maar waarmee je je op dat moment tot in je ziel verbonden voelt. Samen ben je op dat moment zó trots op de club en de stad dat je er bijna 20 jaar later nog steeds met kippenvel aan terug denkt.

27 juni 2002 rond de klok van 17:00u, op het Place des Cordeliers in Auxerre, met een bloemenvaas die dienst doet als bierglas omdat alles waar bier in kan wordt volgetapt door de zenuwachtige kroegbaas. “Wat hebben we een voetbalcub hier tussen Mark en Aa…”

De wedstrijd eindigt uiteindelijk in 0-0 en na het 1-1 gelijke spel in Breda een week eerder is het Europese van NAC voorbij. Een jaar later volgt Newcastle. Voor ‘t echie. Maar Troyes-uit blijft de mooiste.