De Lentestop, deel XXI: Voetballiefhebber of voetbalsupporter

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn nog gesloten, maar Sportpark Akkermolen komt stilletjes aan weer tot leven. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 21: Voetballiefhebber of voetbalsupporter.

Laat ik eens beginnen met het intrappen van een open deur. Ik ben een voetballiefhebber! Wat heet!! Voetbal stond bij mij altijd op nummer 1. En trouwens ook op nummer 2 tot en met 10. En op plaats 11 tot en met 35. Mijn vader zei altijd; ‘Gij doet net of voebol ut allerbelangrijkst ies’. En dat klopte ook, voor mij was het ook het allerbelangrijkst. Daar waar leeftijdsgenoten bij de eerste heilige communie een horloge kregen, was ik vele malen gelukkiger met een plastic ‘Ijsboerke-bal. En dan moesten wij potverdikke in die tijd nog wachten tot je 10 jaar was voordat je bij ‘de Moer’ mocht gaan voetballen. Maar goed, ik at voetbal, ik dronk voetbal, ik sliep voetbal. En alles hield ik bij. Binnenlandse competities, buitenlandse competities, amateurs, hogere èn lagere elftallen.

Maar ik ben niet alleen voetballiefhebber, ik ben ook voetbalsupporter. Hoewel ik me van mijn eigen geboorte helemaal niks kan herinneren, kan het niet anders, of ik moet met een geel/zwarte sjaal om m’n nek geboren zijn. In 1974 was Nac-Ajax mijn eerste wedstrijd die ik live in het stadion meemaakte. Voor 18.000 toeschouwers verloor Nac kansloos door doelpunten van Willy Brokamp, 2x Ruud Geels en Johnny Rep. Maar ik was verkocht en stukje bij beetje werd NAC voor mij een ‘way of life’.

En als rechtgeaard NAC-supporter kan het zomaar zijn dat je in de gelukkige omstandigheid beland dat je vader (of moeder) wordt. Vanzelfsprekend krijgt je kind dan een geelzwart gekleurde opvoeding, of je wederhelft dat nou goed vindt of niet. Bij mij was het niet anders. Toen mijn zoon op de lagere school zat kwam hij regelmatig thuis met de opmerking; ‘Pap, bij ons in de klas is bijna iedereen voor Ajax, PSV of Feijenoord.’ En iedere keer legde ik dan weer geduldig uit: ‘Ajax zijn geen Godenzonen, maar een vergissing van onze lieve Heer. PSV is Eindhoven de saaiste, op straffe van ontslag ben je verplicht een seizoenkaart te nemen als je bij Philips werkt. En het is niet Feijenoord maar FeijNOOIT! Kiezen voor rood en wit is kiezen voor de weg van de minste weerstand! Meelopers, meewaaiers, meepraters. Kijk, ik zie op straat ook wel eens een mooiere vrouw lopen dan mijn eigen vrouw, maar dat wil toch niet  meteen zeggen dat ik daar dan bij wegga.’ Als je zoals ik al bijna 45 jaar naar NAC gaat, leer je vanzelf omgaan met nederlagen en tegenslagen. Mijn zoon nam ik al op z’n vierde mee naar het stadion. En toen hij net 5 was togen we met z’n tweeën naar Hamburg voor een vriendschappelijk potje tegen Sankt Pauli. Jong geleerd is oud gedaan, nietwaar? Onverantwoord, vond ook zijn moeder. 13 jaar later had hij zijn eerste stadionverbod te pakken, tesamen met een pittige geldboete. Je moet je natuurlijk nooit laten pakken, dat was ik hem nog vergeten te zeggen…….

Ik ben nogal nostalgisch aangelegd, zeg maar. Wellicht daarom ben ik ook nogal conservatief.  Uren kan ik mijmeren over de ‘ups’ en vooral de ‘downs’ (dat zijn er heeeel veel)van de Bredase trots. Ja, het leven van een NAC-supporter gaat nou eenmaal niet over rozen. Als ik denk aan het oude stadion aan de Beatrixstraat, dan denk ik aan de hoge populieren aan de Beatrix-zijde. Dan denk ik aan de aftandse, maar oergezellige kantine aan diezelfde zijde. Onoverdekte staantribunes, een kroketten- en fricandellenverkoper met een emmer en daarover een theedoek, voetballers met bakkebaarden en ouderwetse snorren vergezeld van dames met blokhakken. Het ene pakske halfzware Drum na het andere paffen. Zwart-wit tv, elke twee weken op woensdagavond èèn Europacupwedstrijd, jaja je leest het goed; eens in de twee weken!! Het was ook de tijd dat je de ene week uit speelde en de andere week thuis. Dan denk ik aan het gevoel van onoverwinnelijkheid dat we in thuiswedstrijden vaak over ons hadden. Maar dan denk ik ook aan allerbelabberde jaren waarin we 15e werden in de eerste divisie, zo goed als failliet. En dan denk ik aan die schattige vrouw die elke twee weken koffie verkocht in een houten kotje waar ze zelf amper inpaste, god, wat had die moeder ‘nun breeje akkerpad’. Dan denk ik aan de tijd dat ik nog op een kinderkaartje naar binnen ging, terwijl ik allang haar op ‘’ mijne pierewiet’ had!! En natuurlijk denk ik aan de ‘Cordial’, het vertrekpunt voor de uitwedstrijden toendertijd. Dan denk ik aan de echte die-hard supporters die ik in het ‘nieuwe’ stadion nog steeds tegenkom. Ja, als ik denk aan dat oude stadionneke, dan denk ik ook vooral aan die spelers die ik als echte idolen zag. Veel had ik er niet, want spelers zijn van voorbijgaande aard. Maar Ton Lokhoff was er èèn. En wat denk je van Bob Latchford. Ik heb er later mijn zoon nog naar vernoemd.

Met de intrede van Sport 7, Talpa, Eredivisie Live, Canal plus en nu weer Fox Sport is er geen peil meer te trekken op de programmering. Zo speel je op vrijdagavond, dan weer op zondag 12.30u, dan weer 16.30u, om nog maar te zwijgen van doordeweekse wedstrijden, oh ja, af en toe ook nog op de vertrouwde zaterdag. En dat allemaal om er voor te zorgen dat we elke dag weer met ons luie reet in de bank kunnen blijven hangen om twee onbenullige wedstrijdjes uit Verweggistan en 86 herhalingen van gespeelde wedstrijden te zien. Binnen handbereik vanzelfsprekend een fles Cola en een zak chips. En de afstandsbediening. En morgen weer, en de dag erop weer en weer en weer en weer. Maar ik heb het al meer gezegd, je moet in het stadion zijn mensen, je moet in het stadion zijn. Puur uit principe weiger ik tot op de dag van vandaag een abonnement te nemen op een betaalde voetbalzender! Wat het is weet ik niet, maar of ik nu zakelijk of toeristisch op pad ben in een vreemde stad, ik rij ook altijd ff langs het stadion van de plaatselijke FC. Wedstrijd of niet, ik moet efkes op de tribune gestaan hebben, of desnoods door de hekken naar binnen hebben kunnen turen.

Het clubke waarmee ik de thuiswedstrijden toendertijd bezocht bestond uit 6 man, èèn naast de chauffeur, drie op de achterbank en èèn in de kofferbak. Van die zes was ik de enige die ook (bijna) alle uitwedstrijden NAC achterna reisde. De rest wilde niet, kon niet of mocht niet. Ik mocht ook niet, maar ik ging toch. Uit, thuis, trainingen, vriendschappelijk. Niks maar dan ook helemaal niks van NAC sloeg ik over. Gewapend met mijn vlag met de 5 Vlaamse Leeuwen, zorgvuldig verzameld als ik in België op cafèbezoek ging en vakkundig door mijn moeder aan elkaar genaaid. Heel, heel af en toe kon ik er niet bij zijn. Bij voorkeur was ik dan niet te genieten. Ik kloof mijn nagels op tot aan mijn ellebogen en begon dan aan mijn teennagels. Het hoogpolige tapijt degradeerde ik in 2x drie kwartier tot laagpolig. En de hond zal zich ongetwijfeld afgevraagd hebben waarom hij juist in die 90 minuten zoveel schoppen onder zijn kont kreeg. En had NAC verloren dan hoefde ik Studio Sport niet te zien en ook de sportkrant op maandag sloeg ik dan niet open. En ik had buikpijn tot de volgende wedstrijd.

Tsja, NAC, mijn zoooo geliefde NAC. Wat heb je me enorm veel tijd gekost, en geld èn een huwelijk! Mijn ex zei wel eens; ‘Het lijkt wel of je meer om NAC geeft dan om mij, je weet niet eens meer wanneer we getrouwd zijn!’ ‘Jawel’, antwoordde ik dan, ’dat was 5 dagen nadat NAC uit bij Volendam won met 1-3 door twee doelpunten van John Lammers en èèn van Peter Remie……………….