De Lentestop, deel XIX: Broederliefde bij Moerse Boys 6

Nederland gaat sporadisch weer naar buiten, maar houdt wel anderhalve meter afstand. De cafés zijn nog gesloten, maar Sportpark Akkermolen komt stilletjes aan weer tot leven. Terwijl het aantal Coronapatiënten in de ziekenhuizen terugloopt, schrijft een delegatie Moerse Boys-leden vrolijk verder. Iedere woensdagavond, zaterdagochtend en zondagochtend verschijnt onder de noemer De Lentestop een column/verhaal/artikel op de website. Leesvoer voor u. Vandaag deel 19: Broederliefde bij Moerse Boys 6.

Zondagochtend, kwart voor 8. Wat doet een gast van mijn leeftijd in hemelsnaam wakker op dit tijdstip? Nog stinkend naar bier en rook kijk ik op mijn telefoon en besef ik dat ik nog drie kwartier heb om me in de kantine te melden. Zuchtend en klagend spring ik onder de douche, hopende dat de gemotiveerde ik weer naar boven komt. Helaas. Met bonkende koppijn spring ik op de fiets, richting de Veldstraat, al wetende dat ik daar mijn broertje ook nog uit z’n nest moet trommelen. In alle haast een schone onderbroek vergeten. Ach, dan maar los in de kooi straks.

Na het welbekende kantinepraatje is er altijd wel 1 iemand die met pijn in het hart zegt: Zullen we maar? Tassen in de auto, ballen in de auto, shirtjestas erbij, en dan nog 4 of 5 man op elkaar gestapeld in een Ford K. Na een rit die geen einde lijkt te kennen begint het gevoel dan toch weer langzaam op te spelen. We mogen weer.

De warming up is als vanouds weer van hoog niveau, ballen vliegen achter elkaar de bosjes in. Bij het begin van iedere wedstrijd heb ik altijd hetzelfde gevoel. Vandaag wordt het hem. Als na 25 minuten spelen, bij een 0-0 stand de bal voor mijn voeten valt, groeit dit gevoel nog meer. Dit is hem, ik zie de rechterhoek openliggen. Wij gaan op voorsprong komen… Een ingooi is het resultaat.

Nee, het was een seizoen met heel veel tegenslagen. Nederlaag na nederlaag, op een oefenpotje tegen Zundert na. Deze wonnen we dan gelukkig nog.

Maar god wat ben ik blij dat ik elke zondag met deze gasten op het veld mag staan. Ondanks dat ik na mijn overstap van afgelopen zomer, van VVR naar de Moer, nog van mijn bijnaam ‘De Duitser’ af moet zien te komen, kan ik genieten van elke pot voetbal, en ook van het samen met mijn broertje op het veld kunnen staan. Een mooie familietraditie duurt voort.

De Duitser