Op welke wijze wordt binnen onze vereniging gewerkt aan het voorkomen van pestgedrag?

Pesten komt helaas bij bijna elke vereniging voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze vereniging serieus willen aanpakken.

Voorbeeldfunctie

Op de eerste plaats is het voorbeeld van de jeugd-kaderleden (en thuis van ouders) van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost, maar uitgesproken. Respect naar elkaar staat bij ons hoog in het vaandel en algemene fatsoensnormen en goede omgangsvormen vinden we belangrijk. Agressief gedrag van kaderleden, ouders en de jeugdspelers wordt niet geaccepteerd. Alle betrokkenen horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Verenigings/gedragsregels

Het uitgangspunt is dat er slechts drie gedragsregels (kapstokregels) nodig zijn.

Hieronder volgende de drie regels met daarbij een aantal voorbeelden, sommigen op rijm.

De eerste regel:

“voor groot en klein zullen we aardig zijn”, heeft betrekking op het respectvol omgaan met elkaar.

We luisteren naar elkaar iemand wil iets zeggen, luister daar naar, gaat het je vervelen, zeg het tegen hem of haar.

We pesten hier niet  je beseft niet goed wat je die ander aandoet.

Ons taalgebruik is netjes gewoon praten is OK, schreeuwen of grove taal……….NEE

Van elkaar afblijven wat begint als een geintje, een duw of een trap, eindigt vaak met ruzie: dat komt van zo’n “grap”.

De tweede regel:

“we zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken morgen”, geeft aan dat we op een respectvolle manier moeten omgaan met de spullen van onszelf en van anderen.

We blijven van elkaars spullen af  leen je van mij, dan vind ik dat goed, maar ik vind wel dat je het vragen moet

We zorgen dat alle gebruikte materialen op de juiste plaats worden teruggezet.

Kleedlokalen laten we netjes achter.

De derde regel:

“Den Akkermolen is een sportgebied en daarbuiten lekker niet”, verwoordt de opdracht om je verantwoordelijk en verstandig te gedragen in je omgeving.

Ik zorg ervoor dat het netjes blijft in en om het sportpark.

Ik blijf rustig in de kleedlokalen, langs de lijn en in de kantine.

In het bovenstaande worden de drie regels weergegeven met behulp van rijmpjes. Dat is meer iets voor jonge kinderen. Bij ouderen kinderen kun je volstaan met een basiszin. Belangrijk is dat de regels in de zin van een gebod zijn geformuleerd en niet in termen van een verbod.